Uitleg en verkondiging bij Lucas 12: 49 t/m 57 en Jeremia 23: 23 t/m 29
Amsterdam, Muiderkerk, 15 augustus 2010 thema: Zo spreekt de Heer! Hoe kan de kerk in deze tijd profetisch spreken?
Gemeente van Jezus Christus,
Uit ergens eind jaren ’70 begin jaren 80 van de vorige eeuw heb ik een cartoon bewaard met daarop een predikant in zwarte toga, witte bef, lang haar en woeste baard. Opgeheven vinger. In het tekstwolkje staat: ‘Zo spreekt de Heer’, en in zijn hand heeft hij een klein bordje met de tekst ‘denk ik …’ In die jaren en ook daarvoor was het profetische spreken van de kerk en van christenen een item. Er speelden wereldwijd enorme maatschappelijke problemen. De burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten met als woordvoerder ds. Martin Luther King, die in vlammende toespraken de Heer aan zijn kant wist. De Vietnam-oorlog, apartheid in Zuid-Afrika, het dekolonisatieproces en in de jaren ’80 de kernwapendiscussies. Daar hadden we het over, in de politiek, in de kerk, in de gezinnen. Grote woorden werden niet geschuwd. Tegen apartheid zijn, en voor een kernwapenvrije wereld, dat was een zaak van belijden. Zo spreekt de Heer! In onze kerken waren mensen als Buskes, Verkuijl, Albert van de Heuvel prekers die mensen meekregen in hun gepassioneerde verhaal over vrede en gerechtigheid. Het ging om de toekomst, een betere wereld voor alle mensen. Het ging om Gods Koninkrijk, waar wij aan bouwden. Ook mijn dierbare voorgangers in de Muiderkerk Borreman, Van Olst en Harrewijn konden er wat van. Zo spreekt de Heer. Er leek sprake van een gezamenlijk verhaal en een gedeeld verlangen.
Waar zijn ze gebleven, de profetische sprekers en prekers? Waar is het vuur? Grote thema’s genoeg: oorlogen, economische crisis, milieu, de strijd tegen terrorisme. Maar wie krijgen we nog op de been om te protesteren en te demonstreren? Waar is het grote verhaal en het gedeelde verlangen naar een betere wereld? Nu hoeven we die tijd natuurlijk ook niet te romantiseren. De enorme verdeeldheid die de discussie rond de kernwapens veroorzaakte, heeft diepe en bittere wonden geslagen in kerken en gezinnen. Achteraf niet iets om trots op te zijn. En het gezwaai met belijdenisgeschriften leek wel principieel, maar sloeg ook ieder gesprek dicht.
De tijden zijn veranderd. In de jaren ’90 deed het individualisme zijn intrede. Het accent verschoof van het gedeelde verhaal naar ieders persoonlijk verhaal. Zelfontplooiing werd belangrijk. Het Postmodernisme stelde: de tijd van de grote verhalen is voorbij. Ieder mens zijn eigen waarheid. Je hoeft elkaar niet te overtuigen of te bestrijden. In geloof en kerk verschoof de aandacht van de gezamenlijke strijd voor vrede en recht naar de persoonlijke spiritualiteit. Ook daar geldt: ieder zijn eigen geloof, samengesteld op de relimarkt. Het is ook mooi om aandacht te hebben voor je binnenkant, je ziel, je kern en hoe die te verbinden met het goddelijke. En het zullen wel golfbewegingen zijn in de geschiedenis: van buiten naar binnen, van gemeenschap naar individu, van actie naar bezinning, van strijdbaarheid naar fun. Toch kijk ik er ook kritisch naar. Heil iets anders is dan wellness en gein iets anders dan fun… Misschien heeft het te maken met deze verwarrende en politiek spannende tijden, maar soms kan ik zo verlangen naar een begenadigd spreker, die haar of zijn stem verheft en iets zegt dat de mensen wakker schudt, aan het denken zet. Iemand met vuur, die ons op een nieuw spoor zet. Misschien verlang ik wel naar de stem van de profetie…
Wat is een profeet? Een profeet is iemand die zegt: zo spreekt de Heer, en dan zonder bordje ‘denk ik’. Maar iedereen kan dat zeggen: zo spreekt de Heer. Iedereen kan roepen: “Een droom, ik heb een droom gehad”. Jeremia had het maar moeilijk mee met zijn mooi weer collega’s. Hij zelf werd verguisd door het volk en door de koning. De profeten op wie hij scheldt, spreken het volk naar de mond en verheffen mooie dromen tot Godsopenbaring. Zo vervreemden ze het volk van God. En dat in een tijd waarin echte woorden van God diep zouden insnijden in het gezapige en behoudzuchtige vlees van Jeruzalems leiderschap. De ware profeet zegt niet wat de mensen willen horen. Profetische woorden laten niet alles heel, stellen niet gerust, dekken niet toe. Profetie maakt onderscheid, roept op tot keuze.
Bij monde van Jeremia spreekt de Heer: Een profeet die droomt, vertelt niet meer dan een droom, maar wie mijn woorden kent, geeft mijn woorden betrouwbaar weer. eremia lijdt onder het feit dat hij moeilijke en impopulaire boodschappen moet brengen, die ook hemzelf treffen. Maar Gods woord is geen mooie droom. Het is als een vuur voor het stro en als een hamer voor de rots: het hakt er in, het houdt wat wijken moet niet heel.
Johannes de Doper, de laatste profeet in Oud Testamentische stijl, gebruikt dezelfde beelden, wanneer hij spreekt over degene die na hem komt. ‘Hij zal het graan bijeenbrengen in zijn schuur en het kaf in onblusbaar vuur verbranden.’ ‘Ik doop jullie met water’, zegt Johannes, ‘maar Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur’. Is Jezus gekomen om dit vuur op aarde te ontsteken? Het is een gepassioneerde uitspraak van Jezus, waar we vandaag midden in vallen. Het betreft een lange toespraak, allereerst gericht tot zijn leerlingen, maar er luistert een enorme menigte mee. De toespraak begint met een scherpe waarschuwing: ‘Hoed je voor de zuurdesem, dat wil zeggen de huichelarij van de Farizeeën…’ De situatie is gespannen. Voorafgaand aan onze tekst vertelt Jezus een gelijkenis over een heer die afwezig is en zijn zaken heeft toevertrouwd aan een rentmeester. Die weet niet wanneer zijn heer terugkeert, maar hij weet wel wat de wil is van zijn heer. Het is zijn verantwoordelijkheid die te doen. En, zo staat er in 12: 43: ‘Gelukkig de dienaar die daarmee bezig is wanneer zijn heer komt. Ik verzeker jullie: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit.’ Met twee alles omvattende beelden, die van vuur en (doop)water, wordt de gelijkenis afgesloten. Op het al dan niet doen van de wil van God valt vanaf nu de scheiding.
Jezus brandt van verlangen om de wereld in vuur en vlam te zetten. Om Gods Geest over de aarde te verspreiden. Hij wil dat mensen zijn woorden horen en er door gegrepen worden. Hij vindt het moeilijk dat mensen zijn boodschap niet lijken te begrijpen. Ze verwachten iets anders van hem dan hij ze kan geven. Hij is geen held, geen krachtpatser, die alles wat krom is in korte tijd kan recht zetten. ‘Ik ben op aarde gekomen om een vuur te ontsteken en wat zou ik graag willen dat het al brandde…’Vuur, het is een prachtig beeld dat enthousiasme toont en doorzettingsvermogen: ‘we zullen het vuur brandende houden’. Maar vuur is ook verwoestend en verterend en moeilijk te bedwingen. Het Griekse woord voor vuur is ‘pur’. Terug te vinden in ‘purgatorium, ‘vagevuur’, en ‘purificatie’, ‘zuivering’. Het komt er nu op aan alles achter je te laten wat onwaar en onecht is en te kiezen voor omkeer en een leven met God.
Jezus ‘speelt met vuur’. Hij weet dat. Zijn woorden gaan als een lopend vuurtje rond onder de mensen, maar niet iedereen is er blij mee. Jezus slaakt de verzuchting of het moment al aangebroken mocht zijn en voltooid door God. Ook hier staat Jezus niet tegenover de mensen. Hij moet ook zelf dat oordeel dragen, ondergaan in het water van de doop. Hij is niet als Jona, die weliswaar door de diepte van het water is gegaan, maar hardleers daarna gaat zitten toekijken hoe Nineve zal worden gestraft.
Met het komen van het koningschap van God komt dus het alles zuiverende oordeel. Ook dat is onderdeel van Jezus’ boodschap en in die zin komt hij niet alleen harmonische vrede brengen, hoe graag we dat ook zouden willen, maar ook verdeeldheid, namelijk daar waar mensen Gods wil (van vrede) niet willen doen. De woorden van Jezus scheppen zelfs binnen gezinnen verdeeldheid. De ene groep ziet dat er iets verandert en dat ze daaraan mee kan werken, dat zij nodig is om het vuur gaande te houden. De andere groep houdt zich verre van Jezus en zijn boodschap, of gaat er fel tegenin. Hoe komt het dat niet iedereen de woorden van Jezus begrijpt?
Ook vroeger leefde iedereen met het weer. Als er vanuit het westen, vanuit de zee dus, wolken komen aandrijven, is de kans groot dat er regen komt. Als de wind uit het zuiden komt zal er een verzengende woestijnwind waaien. Het weer was bepalend voor gebrek of overvloed aan oogst. Denk aan Elia op de Karmel, die een wolkje als een manshand ontwaart, voorbode van een enorme stortbui die het land zijn vruchtbaarheid zal terug geven. De hemel, daaraan kon je aflezen wat de toekomst zou zijn. Jezus ontmaskert de weerwijsheid van zijn toehoorders. De aanblik van de hemel kunnen ze duiden. Die geven een soort van zekerheid en heldere conclusies. Buienradar.nl… Maar de tekenen van deze tijd, van dit kairos, dwz. deze door God gestelde tijd, weten ze niet te duiden. Dus haalt hij fel uit. Jezus maakt de menigte voor huichelaars uit. Hij daagt hen uit een zelfstandig oordeel over hem te vellen, los van de zuurdesemachtige invloed van de al even huichelachtige Farizeeën. ‘Waarom bepalen jullie niet uit jezelf wat juist is’?
Dit is de tijd waarin God zich door Jezus laat kennen, in zijn woorden, tekenen en wonderen. En zijn leerlingen en de menigte hebben dat allemaal wel gezien, maar ze trekken de juiste conclusies niet. Hoe bedreven ze ook zijn in het duiden van de tekenen van de hemel, de tekenen van het Koninkrijk duiden ze niet en ze laten de tijd om zich om te keren door de vingers glippen. Daarom ontsteekt Jezus een louterend vuur op aarde. Zijn komst brengt verdeeldheid. Want de scheidslijn kan overal doorheen lopen. Een nieuwe gemeenschap van mensen wordt gevormd op basis van een nieuwe gehoorzaamheid aan de wil van God.
Ook in deze dagen horen en lezen we regelmatig waarschuwingen, dat we de tekenen van deze tijd moeten zien en duiden… De opkomst van de PVV en de positie die deze partij mogelijk gaat spelen in de komende jaren in het bestuur van ons land, baart velen zorgen. Wilders neemt het niet zo nauw met gelijke rechten voor alle burgers van dit land en zijn vrijheid geldt niet voor iedereen. Er wordt verwezen naar de jaren ’30 van de vorige eeuw, toen men het gevaar dat school in de opkomst van Hitler, onderschatte. Nu moeten we wel alert zijn, zo klinkt het, opdat niet weer een bevolkingsgroep met een bepaald geloof slachtoffer gaat worden.
Dominee Harry Pals uit Groesbeek riep onlangs zijn collega’s op vanaf de kansel stelling te nemen tegen het gedoogakkoord tussen CDA, VVD en PVV. Het wordt weer tijd politiek te bedrijven vanaf de kansel en met de Bijbel in de hand te kiezen voor een maatschappij waarin openheid en saamhorigheid heerst. Zo spreekt de Heer! Ik snap de oproep van dominee Pals, maar ik weet het niet hoor. Misschien stel ik mijn illustere voorgangers teleur, maar ik ben daar niet zo goed meer in. U kent mij voldoende om te vermoeden hoe ik tegenover deze gedoogvariant sta. Ik heb u hoog en acht u zeer wel in staat uw eigen mening te vormen. Daar hoeft geen kansel aan te pas te komen. Voor je het weet wordt de hele kwestie rond de PVV weer een zaak van belijden. Dan weten we weer precies wie er gelijk heeft en is ieder gesprek onmogelijk gemaakt. En de bittere verdeeldheid die dat teweeg brengt in kerken is echt een andere dan de verdeeldheid die het gevolg is van Jezus’ woorden. De samenleving is al verdeeld genoeg.
Maar is het dan niet aan de kerk om nu een profetisch woord te laten klinken? Dat wilde ik toch zo graag, dat de stem van de profetie weer klonk? Vurig en vol passie? Een stem, die ons op een nieuw spoor zet? Jazeker, er staat in deze tijd wel degelijk iets op het spel, maar juist omdat de samenleving zo verdeeld is, zou ik graag willen dat we vanuit de kerk zoeken naar verbinding en gesprek. Wat zit er onder de onvrede en de ontevredenheid, wat zit er achter al die angst voor moslims, die mensen er toe brengt op de PVV te stemmen? Vanwaar het enorme wantrouwen tegen de politiek en het bestuur? Dat gesprek aangaan, aan willen gaan, dat is veel moeilijker dan vanaf de kansel het morele vingertje heffen. Het is tot nu toe ook nog nauwelijks gelukt. Maar die stem, die mensen uit de hele breedte van de samenleving zou kunnen verlokken tot gesprek, die zou ik vanuit de kerken willen horen. Een gesprek dat toekomst opent en nieuwe saamhorigheid schept. Dat woord van liefde, vrede en recht… De stem die niet het morele gelijk, maar de verbinding zoekt. Dat lijkt mij in deze tijd de stem van de profetie, die de tekenen kan duiden en de gevolgen daarvan wil dragen.
Jezus zegt: ‘Kijk niet omhoog’. Je moet het niet hebben van de wolken in de lucht. Je moet niet dromen van bovenaardse streken. Niet de mooie droom, maar de woorden van God zijn betrouwbaar. En ze zijn nog dichtbij ook. Aan ons de beslissende keuze, maar moeilijk is die niet. Vlak voor u ligt de weg ten leven. Amen.