Plusmiddag - concert ensemble "Team Tien + 1” olv Sjef de Kort

In de PLUSmiddag van vrijdag 20 april treedt het ensemble Team Tien + 1 op.
Aanvang 15:00 uur. Inloop (koffie, thee) vanaf 14:30 uur. Na afloop (ca. 16:00 uur) glaasje en mogelijkheid tot gesprek met de musici.

Programma

image2-small-20Strijkkwartet nr. 8, opus 110, in c, van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) in een bewerking van Charles Fransen - Largo | Allegro molto | Alegretto | Largo | Largo

image3-small-22

Tsjechische Suite, opus 39, van Antonin Dvořák (1841-1904) (bewerkt)- Preludium (pastorale) | Polka en trio | Menuet | Romance | Finale (furiant)

Het ensemble staat onder leiding van Sjef de Kort en bestaat uit:
Lauri Boltje enMariek Vis - fluit (picolo, altfluit)
Ditje Claas en Joliene Verbeek - hobo (althobo)
Ad van der Steld en Benno Torrenga - klarinet
Ada Bienfait en Gerard Bierman - fagot
Eef van der Boom en Han Liem - hoorn
Diemer de Vries - contrabas

Toelichting op het programma

Strijkkwartet nr. 8, opus 110, in c, van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)

Sjostakovitsj schreef dit werk in 1960 in drie dagen tijdens een verblijf in Dresden, dat toen nog steeds grotendeels in puin lag na de bombardementen van WO II.
Onder de indruk van deze verwoesting droeg hij het werk op aan “de nagedachtenis van slachtoffers van fascisme en oorlog”. Intimi vertelden later dat hij tijdens het componeren in een grote depressie verkeerde. Hij was murw geslagen door de tegenwerkingen en bedreigingen van de communistische partij en hij had juist te horen gekregen dat hij aan een ernstige ziekte leed. Hij zag dit werk als een afscheidsbrief en was al van plan na voltooiing zelfmoord te plegen. Zijn zoon heeft hem hiervan gelukkig kunnen weerhouden.

Het zeer persoonlijke werk begint met het motief d-es-c-b, de ‘handtekening’ van de componist, die zijn naam in Duitsland spelde als D. Sch(ostakovitch). In het Duits is de h onze noot b (en de b onze noot bes).

Het motief komt in het hele werk, waarvan de vijf delen zonder onderbreking in elkaar overgaan, talloze malen voor. De gevreesde klop op de deur van de geheime politie klinkt in het vierde deel. Ook in gedeelten waarin sprake is van schijnbare opgewektheid, klinkt de sfeer van angst en wanhoop duidelijk door. Het einde van het stuk zou inderdaad een definitief afscheid geweest kunnen zijn.

Tsjechische Suite, opus 39, van Antonin Dvořák (1841-1904)

Ook dit is een bewerking, van een stuk dat oorspronkelijk voor symfonieorkest werd geschreven in 1879, toen Dvořák 38 jaar oud was.
De Boheemse slagerszoon, die als kind al les kreeg in zang en het bespelen van de viool (en later van de altviool en het orgel), was kort tevoren als getalenteerd componist ontdekt door de grote Johannes Brahms. Brahms was met name onder de indruk van zijn Serenade voor blazers, cello en contrabas, die een paar jaar geleden op een plusconcert is uitgevoerd.
Brahms beval Dvořák aan bij vooraanstaande dirigenten en uitgevers en hij stimuleerde Dvořák tot het schrijven van nieuwe werken, waaronder de Tsjechische Suite. Zoals in veel van zijn composities, klinkt ook hier de Boheemse folklore in veel facetten door.